|
Dwarsfluit
De dwarsfluit is een houten
blaasinstrument, ook al is ze tegenwoordig meestal vervaardigd
van metaal.
Vroeger werden ze van hout gemaakt, vandaar dat ze ingedeeld
zijn bij de houtblazers.
De dwarsfluit wordt bespeeld door over het mondstuk heen te
blazen.
Het fluitspelen is bijna hetzelfde als het blazen op een fles,
je blaast de lucht niet in de fles, maar op de rand, zodat de
luchtstroom in twee stromen wordt gesplitst. Een gedeelte van de
lucht gaat in de buis (of fles) en een gedeelte gaat over de
rand heen. Zo ontstaat de toon.
Het is het enige instrument, naast de piccolo, dat zijdelings
wordt bespeeld.
Het is een holle buis voorzien van een cilindrische boring met
gaten en kleppen.
In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwierp Theobald
Böhm een kleppensysteem dat ook bij de klarinet wordt
toegepast.
Kleppen zorgen ervoor dat de gaten, die in de buis van het
instrument zijn geboord, afgesloten kunnen worden. Door het
indrukken of loslaten van deze kleppen, kun je op dit instrument
verschillende tonen maken.
De dwarsfluit wordt in elk modern orkest gebruikt.
Het instrument heeft een warme, heldere klank.

Saxofoon
Wie vond de Saxofoon uit?
In België woonde een man, hij heette Adolphe Sax, hij vond in
1840 de saxofoon uit.
Adolphe Sax vond 14 verschillende Saxofoon´s uit, daarvan
bestaan er nu nog 8 en eigenlijk zie je er nog maar 4 van.
De vier soorten die je nog
ziet zijn de Sopraan, de Alt, de Tenor en de Bariton, ze hebben
allemaal een eigen klank, de Sopraan het hoogst en de Bariton
het laagst. Je kunt de verschillende saxofoons herkennen aan de
vorm:
Klarinet
De klarinet is een houtblazer,
gemaakt van Afrikaans hardhout of kunststof.
Aan de onderkant van het mondstuk zit een enkel stuk riet
bevestigd d.m.v. een metalen band (de klarinet hoort bij de
enkelriet-instrumenten). Om geluid uit de klarinet te krijgen
moet je lucht persen tussen het riet en het mondstuk. Hierdoor
breng je het riet in trilling en wordt een toon gemaakt.
Kleppen zorgen ervoor dat de gaten, die in de buis van het
instrument zijn geboord, afgesloten kunnen worden. Door het
indrukken of loslaten van deze kleppen, kun je op dit instrument
verschillende tonen maken.
De klarinet wordt veel gebruikt in orkesten, de harmonie en
binnen de jazzmuziek.
Vanuit de chalumeau, een eenvoudig volksinstrument, ontwikkelde
rond 1700 Johann Denner uit Neurenberg de klarinet. De eerste
klarinet had nog maar twee kleppen, maar moderne instrumenten
hebben er wel zeventien.

Toen Mozart de klarinet voor het
eerst hoorde, was hij zeer onder de indruk van de prachtige
expressieve toon en de virtuositeit van het toen nog nieuwe
instrument. Mozart schreef vele composities voor klarinet,
waaronder het klarinetconcert KV 622 in 1791. Hierin maakte hij
optimaal gebruik van de mogelijkheden van het instrument;
zangerige melodieën worden afgewisseld met parelende technische
hoogstandjes
Bariton
De bariton is het
kleine broertje van de tuba.
Hij heeft hetzelfde toonbereik als de tuba maar er is nog een
belangrijk verschil.
Een veel gehoorde verklaring is dat
baritons 3 ventielen hebben en tuba 4. Dat dit niet waar is
blijkt uit onderstaande plaatjes. De 2 instrumenten links zijn
baritons en de 2 rechts zijn tubas. Van allebei bestaat dus een
exemplaar met 3 en met 4 ventielen.


Het echte verschil is dat het
euphonium wijder gebouwd is dan de bariton. De buis van de
bariton is cilindrisch en de buis van het euphonium conisch. Dit
is te merken aan het feit dat de stembuis van de bariton op twee
manieren in het instrument te schuiven is en de stembuis van een
euphonium maar op een manier in het instrument past. Door deze
verschillen is het geluid van de bariton wat lichter en
helderder en het geluid van het euphonium voller, krachtiger en
warmer. Het woord euphonium is afgeleid van de Griekse woorden
‘eu’ en ‘phone’ die ‘goed’ en ‘geluid’ betekenen. ‘Een treffende
naam voor een instrument met een diepe, rijke toon.’
Trombone
De trombone is een koperen
blaasinstrument. De buis van de trombone is vergeleken met de
trompet langer, het mondstuk is groter en de beker is wijder.
Het instrument kan daardoor lager spelen.
De verschillende tonen ontstaan door het in- en uitschuiven van
de buis. Elke stand van de buis (er zijn er zeven) noemt men een
positie. Het glijden van de ene naar de andere toon heet
glissando.
Het geluid wordt geproduceerd
door het vibreren van de lippen van de speler tegen het
mondstuk. De trombone verscheen voor het eerst op het toneel in
Europa in de 15e eeuw en heeft sindsdien zijn
basismodel behouden.

Bugel
De halfronde bugel, één
van de verschillende Europese signaalhoorns, werd rond 1800
overgenomen door Duitse en Engelse infanterie-eenheden. Kort
daarna werd de opgerolde vorm overal gebruikelijk. In de 19e
eeuw werden verschillende afleidingen van de bugel ontwikkeld.
De Kent-bugel was het eerste koperinstrument met een volledige
toonladder als toonbereik door de aanwezigheid van sleutels die
de vingergaten controleerden. Dit instrument was erg geliefd in
orkesten totdat de bugel werd verstoten van z'n positie door de
cornet. Tegenwoordig wordt de bugel nog veelvuldig gebruikt. De
bugel werd alsmaar verbeterd tot de bugel die we vandaag kennen.
De klank van de bugel is kenmerkend voor de hele
saxhoornfamilie. Adolf Sax ging bij het ontwerpen van deze
instrumenten uit van een hoorn, maar hij maakte de buizen
wijder. Zo ontstond een nieuwe instrumentengroep in de
blaasmuziek : het zacht koper.
Evenals de trompet beschikt de bugel over een ketelvormig
mondstuk maar met een zeer diepe cup. Tegenwoordig komen meestal
Bb-bugels voor maar eveneens de Eb-versie wordt gebruikt. De
klank van een bugel is zacht in feite een beetje week.

Trompet
De trompet is één van de hoogstklinkende
koperen blaasinstrumenten met een heldere toon. Door het
indrukken of loslaten van ventielen, kun je op dit instrument
tonen maken. Deze ventielen zorgen ervoor dat de buis van het
instrument verkort (hogere tonen) en verlengd (lagere tonen) kan
worden. Het geluid van de trompet wordt geproduceerd door het
vibreren van de lippen tegen het komvormige mondstuk. De
ontwikkeling van de moderne trompet gaat terug over duizenden
jaren. Vrijwel alle beschavingen hebben trompetten geproduceerd,
gemaakt van ivoor, brons, zilver en koper, de vorm recht of
gebogen. Deze natuurtrompetten konden maar weinig verschillende
tonen voortbrengen.
Pas aan het begin van de 19e eeuw wordt de
ventieltrompet uitgevonden. Daardoor is het aantal tonen die de
trompet kan voortbrengen aanzienlijk uitgebreid. De trompet
wordt dan een volwaardig melodie-instrument.

Hoe werkt een ventiel bij de
trompet?
Als het ventiel in rustpositie is,
passeert de lucht direct door de hoofdbuis (1). Bij het
neerdrukken van een ventiel wordt de lucht omgeleid door een
toegevoegd stuk buis, waardoor de lengte van de luchtkolom
groter wordt (2).
De meeste ventieltrompetten hebben 3
ventielen, die elk op zichzelf of in elke combinatie kunnen
worden ingedrukt waardoor de grondtoon van het instrument wordt
verlaagd
.
Het gebruik van deze ventielen stelt de speler in staat om alle
noten van de toonladder te produceren.
Hoorn
De hoorn is
een koperen blaasinstrument waarvan de buis is opgerold in de
vorm van een cirkel. De voorlopers van de moderne hoorn zijn de
posthoorn en de jachthoorn, deze instrumenten hadden geen
ventielen. De hoorn die wij nu kennen is er één met ventielen en
wordt in feite de Franse hoorn genoemd. Hoorns zijn in Europa
bekend sedert de Oudheid. Vanaf de 18e eeuw werd de
hoorn gebruikt in orkesten en in de 19e eeuw kreeg de
hoorn ventielen. Het geluid wordt geproduceerd door het vibreren
van de lippen tegen het mondstuk. Door het indrukken of loslaten
van de ventielen kun je op dit instrument verschillende tonen
maken. De toonomvang omvat 3 ½ octaaf.

|